Den Haag – Slechts in 3 procent van de in 2008 naar Nederland geëxporteerde Surinaamse groenten en fruit zijn vondsten gedaan van organismen met een quarantainestatus. In 2007 lag de hoeveelheid afgekeurde Surinaamse groenten en fruit nog op 12 procent.
Evenals in 2007 waren in 2008 Zuid-Afrika en China de belangrijkste herkomstlanden van afgekeurde partijen groenten en fruit naar Nederland. Tot deze conclusie komt de Plantenziektenkundige Dienst Wageningen in het rapport Fytosanitaire Signalering 2008, dat gisteren is uitgebracht. “Het aandeel van Suriname was in 2008 opvallend veel lager (3 procent) dan in 2007 (12 procent). De overige landen lagen op hetzelfde niveau als 2007″, zegt de onderzoeker in het rapport over Suriname. In het document wordt ook een overzicht gegeven van vondsten van schadelijke organismen en andere organismegerichte informatie.
Prem Binda, die de export van groenten van fruit voor Coppenamemarkt coördineert, spreekt in eerste instantie van een positieve ontwikkeling. Hij vindt dat Suriname in deze trend voort moet gaan, zodat een cijfer van 0 procent gehaald kan worden. Anderzijds geeft hij aan dat nagegaan moet worden waaraan deze positieve daling van besmette groenten en fruit te danken is. Binda zoekt in de daling van het exportvolume de eerste reden. “Export van groenten en fruit is de afgelopen jaren steeds afgenomen”. Coppenamemarkt exporteerde zo’n drie jaar geleden per keer ongeveer 5.000 kilogram groente en fruit naar Nederland. Wekelijks ging het om twee exporten. Nu is deze gedaald naar 1.000 kilogram per keer. Minder export betekent volgens Binda ook minder afgekeurde groenten en fruit.
Een andere reden voor het halen van deze positieve cijfers is volgens Binda de hoge eisen, niet alleen vanuit Nederland, maar ook vanuit het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV). Ook de afnemers willen producten van hoge kwaliteit. Volgens Binda heeft ook LVV een duidelijke inbreng in deze positieve cijfers. Het ministerie is al enkele jaren bezig met voorlichting aan boeren, exporteurs en leveranciers om zo voedselveilig mogelijk te produceren.
“Dat heeft in het geheel ook geholpen, vooral wat de kwaliteit van de producten betreft”, weet Binda. “Maar we zijn nog niet waar we moeten zijn”. Onder andere haalt hij aan dat geen enkel landbouwbedrijf en agrariër gecertificeerd is. Europa eist gecertificeerde producten van gecertificeerde boeren. Nederland houdt volgens Binda Suriname voorlopig de hand boven het hoofd, maar vroeg of laat zal de druk vanuit de Europese Unie komen dat alle Surinaamse agrarische producten gecertificeerd moeten zijn.
“Het kan elk moment gebeuren en dat zal een enorme klap gaan betekenen, want niemand is in Suriname nog gecertificeerd”, zegt Binda over de landbouwsector. Volgens hem is certificering een proces en kan dit niet van de ene op de andere dag gebeuren. Binda zegt een gesprek te hebben gehad met LVV over dit vraagstuk. Samen met LVV is de mogelijkheid bekeken om een groep van ongeveer 30 boeren, leveranciers en exporteurs collectief te laten certificeren. De kosten zijn ongeveer 20.000 Amerikaanse dollar. Nagegaan wordt hoe dit geld bijelkaar gebracht kan worden.
De organisme soort Thrips palmi is in 2008 vooral aangetroffen op groenten en fruit (Solanum, Momordica) uit de Dominicaanse Republiek, Suriname en Thailand. In 2008 zijn diverse toezichtacties uitgevoerd bij importzendingen op Schiphol en in de Rotterdamse haven. Tijdens deze controles wordt gekeken of zendingen planten of plantaardige producten procedureel correct worden aangegeven en geïnspecteerd.
Daarbij wordt ook gelet op de aanwezigheid van producten waarvan de invoer niet is toegestaan, tenzij ontheffing is verleend. In 2008 werden drie maal verboden producten onderschept. Het ging om citrus met blad en zoete aardappelen met grond uit Suriname. Overige onderscheppingen hadden te maken met het ontbreken van een fytosanitair certificaat of een gebrek aan overeenstemming tussen het certificaat en de zending, meldt het rapport verder.-




